VEREENVOUDIGEN UITLEG

Vereenvoudigen naar de kleinste noemer gebruikt cirkels om te laten zien hoe een breuk vereenvoudigd kan worden.

De volgende gelijkwaardige breuken zijn gemaakt met 'vereenvoudigen'.

Lowest terms with circles

Als het programma begint wordt je gevraagd de breuk in te voeren die voorgesteld wordt door de cirkel links. Nadat de breuk juist is herkend, wordt je gevraagd de breuk te vereenvoudigen. Daarvoor moet je het grootste getal zoeken waar je zowel de teller als de noemer door kunt delen. In het voorbeeld hierboven is de teller van de eerste breuk 6 en de noemer 18. Het grootste getal waardoor je zowel 6 als 18 kunt delen is 6. Zes (6) is de grootste gemeenschappelijke deler van 6 en 18.

De teller van de tweede breuk is 1 omdat 6 gedeeld door 6 gelijk aan 1 is.
De noemer van de tweede breuk is 3 omdat 18 gedeeld door 6 gelijk aan 3 is.

  Als je het opschrijft, ziet het voorbeeld er zo uit:

Low Circle

Een andere manier om het voorbeeld op te schrijven is om de teller te delen door de grootste gemene deler en het antwoord boven de teller te schrijven. Trek dan een streep door de teller. Doe hetzelfde met de noemer, maar schrijf het antwoord onder de noemer. Dit wordt schrappen genoemd.

Het voorbeeld ziet er zo uit als je schrapt:

Cancel

Als een gelijkwaardige breuk in vereenvoudigde vorm ingevoerd is, zal een tweede cirkel verschijnen. De twee cirkels stellen dezelfde hoeveelheid voor. Hoewel er minder delen in de tweede cirkel zijn zijn de delen groter, waardoor de twee breuken gelijkwaardig zijn